*** Door het Cuxland naar Sleeswijk-Holstein

Van Dangast fietsten we een stukje langs de Jadebusen en dan door het land naar Blexen. Van daar namen we de veerboot over de Weser naar Bremerhaven. Daar werden we eerst door de bordjes naar het voetgangersgebied gestuurd, waar we een ijsje aten. Daarna probeerden we de weg uit Bremerhaven te vinden.
In het havengebied kwamen we weer op de route, maar werden bij een spoorwegovergang lang opgehouden, tot de eindeloze trein met containers voorbij was. Het havengebied is echt heel groot – overal schepen, containers, hijskranen en meer.
Op een gegeven moment bereikten we weer en dijk en kwamen in een regio met de smakelijke naam „Land Wursten“. Het gras op de dijken lijkt hier sappiger, en je ziet ook veel meer koeien.
Op de camping in het Dorumer Neufeld bleven we twee dagen. Peter repareerde nog een paar dingen aan mijn fiets en we bezochten het zeewater-golfbad.
Dan vervolgden we onze weg naar Cuxhaven en van daar naar het zuidoosten. Hier zijn zelfs weer een paar kleine heuveltjes. We gingen naar de camping in Hemmoor bij de Kreidesee, een meertje, dat `vanwege zijn heldere water vooral bij dikers erg geliefd is. Overal op de camping hangen duikpakken te drogen, het lijkt alsof ze een aantal mensen hebben opgehangen.
De volgende dag gingen we met de veerboot van Wischafen over de Elbe naar Glückstadt in Sleeswijk-Holstein. Ook hier hebben ze dijken met schapen en deurtjes die moeilijk open gaan.  We fietsten naar Brunsbüttel, waar we een prive-overtocht over het Noord-Oostzee-Kanaal kregen, en dat ook nog gratis! Dan fietsten we over St. Michealsdonn en Meldorf naar Büsum, een leuk en heel toeristisch stadje, waar we twee nachten bleven.
Op de volgende dag deden we eerst de was – moet ook gebeuren -, dan maakten we een rondleiding door het wad. Ongelofelijk, wat daar allemaal leeft! Wormen, kreeften, mosselen, planten etc. Daarna gingen we het stadje in.
sÁvonds waren er een aantal mensen aan het barbecuen – sommigen kunnen het goed, sommigen wat minder.
Op de volgende ochtend ontdekte ik een teek op Peters bovenbeen: Het ziet er precies uit als een moedervlek, waren er niet de bewegende beentjes. Gelukkig was het beest nog niet zo ver gekomen en kon makkelijk verwijderd worden.
Dan fietsten we verder via het Eidersperrwerk naar Husum, volgens de dichter Theodor Storm „de grijze stad bij de zee“. Op een mooie dag in juli lijkt hij helemaal niet zo grijs. Even kijken hoe het morgen is, want dan zal het regenen.

Advertisements
Kategorien: 2011 - Radtour | Hinterlasse einen Kommentar

Beitragsnavigation

Kommentar verfassen

Trage deine Daten unten ein oder klicke ein Icon um dich einzuloggen:

WordPress.com-Logo

Du kommentierst mit Deinem WordPress.com-Konto. Abmelden / Ändern )

Twitter-Bild

Du kommentierst mit Deinem Twitter-Konto. Abmelden / Ändern )

Facebook-Foto

Du kommentierst mit Deinem Facebook-Konto. Abmelden / Ändern )

Google+ Foto

Du kommentierst mit Deinem Google+-Konto. Abmelden / Ändern )

Verbinde mit %s

Bloggen auf WordPress.com.

%d Bloggern gefällt das: