Grenswandelaar met twee paspoorten

„De verdoemden zitten in de hel en wachten op post“. – Deze zin heb ik heel lang geleden ergens gelezen, en in de afgelopen weken begreep ik heel goed, wat hij betekent. Maar laten we bij het begin beginnen…

Als je de Nederlandse nationaliteit wilt aannemen, heb je met een heleboel ingewikkelde regels te maken. Je hebt de Naturalisatieprocedure, waarbij je je na drie (als je met een Nederlander getrouwd bent) of vijf jaar legaal verblijf in Nederland (als het nieuw kabinet zijn zin krijgt, zijn dat binnenkort zeven jaar) kunt laten inburgeren. Het nadeel: je moet je oorspronkelijke nationaliteit opgeven, tenzij het land van herkomst dit niet toestaat. Maar dat is bij Duitsland niet het geval.

Daarom was ik tot nu toe niet aan deze stap toe, want misschien willen mijn man en ik ooit naar Duitsland verhuizen. Bovendien is de nationaliteit voor mij ook een stukje identiteit dat ik niet zomaar wil opgeven. Lees hierover ook het  artikel vanuit het andere perspectief  op Buurtaal en de discussie hierover.

Dus was dit onderwerp voorlopig niet meer van belang, tot ik ongeveer anderhalf jaar geleden op het internet de  optieprocedure ontdekte. Bij deze procedure dien je de aanvraag niet bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst in, maar bij de gemeente waar je woont. Je moet minimaal 15 jaar legaal in Nederland gewoond hebben en minimaal 3 jaar met een Nederlandse partner getrouwd geweest zijn. Het paste dus allemaal prima.

Ik ging naar de gemeente, liet me alles uitleggen en schreef de dag, waarop ik de aanvraag kon indienen, met koeienletters in mijn agenda. Daarna bekeek ik achterdochtig elke stap van de regering inzake immigratie: Ze hadden immers nog genoeg tijd om me te dwarsbomen.

In de herfst was het dan zo ver: Ik maakte een afspraak, zocht alle papieren bij elkaar en ging met een kloppend hart naar de gemeente. Daar vulde een heel vriendelijke en bekwame medewerkster samen met mij het aanvraagformulier in, vroeg mij, of ik voor de verklaring van verbondenheid de religieuze of de neutrale formule wilde gebruiken en vertelde, dat er nog wat onderzoek gedaan moest worden (mogelijk strafblad, legaal verblijf etc.). Maar na uiterlijk twee maanden zou ik bericht krijgen.

En nu begon het wachten: Elke dag liep ik als een kip zonder kop naar de brievenbus, en elke dag kwam er van alles, maar niet de met smart verwachte brief van de gemeente. Eindelijk, een week voordat het termijn was afgelopen, kwam de verlossende brief dat mijn aanvraag was goedgekeurd, en dat ik op een bepaald tijdstip naar de gemeente moest komen om de verklaring van verbondenheid af te leggen. Ik was er bijna!

Maar toen een week later nog een brief van de gemeente op de mat viel, zakte mij de moed in de schoenen: Was ik weer eens verkeerd voorgelicht, zoal toen bij de IND, waar ik in een verkeerde procedure terecht was gekomen? Gelukkig was dat niet het geval, blijkbaar had men mij voor de zekerheid de brief van afgelopen week nog een keer gestuurd. Gelukkig!

Op maandag was het dan zo ver: Ik trok nette kleren aan en ging naar het stadhuis, waar ik mijn man ontmoette, die er immers ook bij wilde zijn. De ceremonie (als je het zo mag noemen) was enigszins onspectaculair: We werden naar de spreekkamer geroepen, waar een ambtenares plechtig de niet-religieuze variant van de verklaring van verbondenheid voorlas:   „Ik verklaar dat ik de grondwettelijke orde van het Koninkrijk der Nederlanden, haar vrijheden en rechten respecteer en beloof de plichten die het staatsburgerschap met zich meebrengt getrouw te vervullen.“ Met een redelijk schorre stem van de zenuwen gaf ik antwoord:  „Dat verklaar en beloof ik“. Daarna overhandigde ze mij de oorkonde.

Verder kreeg ik een Nederlandse vlag en een boekje met allerlei wetenswaardigheden zoals: „Sinds 1980 is koningin Beatrix ons staatshoofd. Zij staat op onze postzegels en munten.“  Altijd handig, ik woon hier immers pas 15 jaar. Maar het was toch een leuk gebaar.

urkunde

Thuis kreeg ik van mijn man nog een inburgeringspakket met typisch Nederlands voedsel en een kaaskop.

kaaskopp

Nu ben ik dus een grenswandelaar met twee paspoorten.

De afgelopen dagen werd ik vaker gevraagd, wat nu eigenlijk het nut van een tweede nationaliteit is, tenslotte heb ik als Europeaan geen echte nadelen. Nou, ik kan nu aan alle verkiezingen deelnemen (tot nu toe was dat alleen voor de gemeenteraad en het Europees parlement) en me verkiesbaar stellen, en ik ben van dat gedonder met de IND af. En bovendien voel ik me toch verbonden met het land waar ik nu al heel lang met veel plezier woon. En daarvoor is de nationaliteit een belangrijk symbool, vind ik.

Advertisements
Kategorien: "Gewoon" dagelijks leven, Typisch Nederlands - typisch deutsch (?) | Schlagwörter: , , , , , , , , | 3 Kommentare

Beitragsnavigation

3 Gedanken zu „Grenswandelaar met twee paspoorten

  1. lieuwe@3digitaal.nl

    He Petra!

    Gefeliciteerd met je nederlanderschap:-). Groeten vanuit een lekker warm Madeira.

    francis en Lieuwe

  2. Pingback: The Road to Little Dribbling – More Notes from a Small Island, van Bill Bryson | Petra's taal- en cultuurblog

Kommentar verfassen

Trage deine Daten unten ein oder klicke ein Icon um dich einzuloggen:

WordPress.com-Logo

Du kommentierst mit Deinem WordPress.com-Konto. Abmelden / Ändern )

Twitter-Bild

Du kommentierst mit Deinem Twitter-Konto. Abmelden / Ändern )

Facebook-Foto

Du kommentierst mit Deinem Facebook-Konto. Abmelden / Ändern )

Google+ Foto

Du kommentierst mit Deinem Google+-Konto. Abmelden / Ändern )

Verbinde mit %s

Bloggen auf WordPress.com.

%d Bloggern gefällt das: